Tweede Kamer blijft zich opwinden over asbestdaken

Sanering van asbestdaken blijft óók de Tweede Kamer bezighouden, hoewel die Kamer al in oktober het desbetreffende wetsvoorstel heeft aangenomen. De Tweede Kamer debatteerde 6 maart 2019 over het veelbesproken rapport van TNO en twee universiteiten. De teneur van het debat was: de overheid krijgt maar géén greep op de asbestbranche die, zo is de breed gedragen verdenking, prijzen kunstmatig hoog houdt.

Tijdens dat debat werden acht moties ingediend. Zes daarvan werden 12 maart 2019 tijdens een stemmingsronde aangenomen.

MOTIE om de asbestsanering te organiseren zonder marktwerking en zelfregulering: verworpen.

MOTIE om onafhankelijk toezicht bij asbestsanering te versterken: verworpen.

MOTIE die vraagt om meer differentiatie in risicoklassen: aangenomen.

MOTIE die vraagt om jaarlijks te monitoren of er voldoende capaciteit is om het verbod op asbestdaken te halen en de prijsontwikkeling te onderzoeken: aangenomen (met algemene stemmen).

MOTIE die vraagt alle tot nu toe genomen maatregelen extern te laten evalueren en de Kamer hierover uiterlijk 1 november 2020 te informeren: aangenomen (met algemene stemmen).

MOTIE die vraagt innovaties in de asbestsector voortvarend op te pakken en voor het einde van het jaar de Kamer te informeren over een aantal concrete innovaties die goedgekeurd zijn en plaats gaan vinden: aangenomen.

MOTIE die vraagt te onderzoeken of de sanering van asbestdaken voortaan standaard kan worden ondergebracht in risicoklasse 1: aangenomen
(minder strenge eisen, dus goedkopere aanpak – redactie website asbestleivrij)

MOTIE die vraagt ruimte te bieden voor innovatieve werkmethoden zoals het bewerken van asbest met een specifieke schuimlaag: aangenomen.

De zes aangenomen moties betekenen veel werk voor de regering/ambtenarij. Het is de vraag hoeveel eigenaren van panden met asbestdaken gaan wachten op de uitkomsten en in welke mate daardoor de door de regering gestelde deadline van 31 december 2024 in gevaar gaat komen. En wat daar dan weer de consequenties van zijn.

Conclusie: de regering heeft nog veel minder greep op het door haar zelf in gang gezette proces dan gedacht. Dat is heel verontrustend.