Ons betoog

Er is sprake van tweeledige onrechtvaardigheid:

  1. Het Rijk jaagt pandeigenaren op zeer hoge kosten voor een regeringsfout uit het verleden: het niet eerder verbieden van asbest.
  2. Ongelijke behandeling van gelijke gevallen: (boeren)bedrijven krijgen 40-42% compensatie (fiscale voordelen); particuliere eigenaren krijgen 0%.
  • Sinds de bouw in 1979/1980 liggen er asbesthoudende leien op onze daken.
  • De regering wil dat we die leien vervangen. Dat levert grote problemen op, vooral financiële.
  • Rijk en gemeenten hebben het gebruik van asbest gedoogd en vergunningen afgegeven, hoewel de gevaren van asbest al tientallen jaren bekend zijn.
  • In 1976 heeft de asbestlobby een mogelijk asbestverbod geblokkeerd.
  • In 1988 zei oud-minister Boersma hierover: “Ik heb zelf wat dat betreft ook boter op mijn hoofd gehad. In mijn ministertijd speelde de discussie over wel of niet stoppen met asbestproductie. Je weet dat het kwaad kan, maar een bedrijf als Eternit sluiten is nogal wat”. Zie ook de knipsels uit de Volkskrant en Trouw uit 1976.
  • Het asbestverbod dateert uit 1993. De rijksoverheid was daarmee tientallen jaren te laat.
  • Dat maakt het Rijk de veroorzaker van ons probleem.
  • Dit te laat ingrijpen door het Rijk is verwijtbare nalatigheid.
  • Ook gemeenten zijn verwijtbaar nalatig, door het via bouwvergunningen toestaan van asbesthoudend materiaal als dakbedekking.
  • Producenten zijn verwijtbaar nalatig door asbest jarenlang te blijven produceren ondanks kennis van de gevaren.
    Zie de recente berichten over aangifte tegen Eternit: Bericht 1 en Bericht 2.
  • Rijk, gemeenten en producenten zijn verantwoordelijk voor de huidige situatie.
  • We bestrijden niet dat asbest gevaar kan opleveren. Maar naar onze daken is nooit onderzoek gedaan.
  • De staatssecretaris erkende dit in 2018. Een onderzoek zou het bevoegd gezag voor hoge kosten plaatsen, zodat er geen onderzoek plaatsvond. Nu worden eigenaren aangespoord tot het nemen van zeer dure maatregelen, waarvan menigeen het nut discutabel vindt.
  • Dat onze daken asbest bevatten, was bij de meesten van ons niet bekend toen zij hun woning kochten.
  • Onze daken zijn technisch niet aan vervanging toe.
  • Onze 15 woningen zijn geschakeld: iedereen deelt een dak met één of twee buren.
  • Vervanging van de dakbedekking MOET daarom gezamenlijk gebeuren.
  • Voor allen zou het een flinke financiële klap betekenen.
  • Lang niet iedereen kan de hoge kosten dragen.
  • Zonder hulp kunnen we dit niet oplossen.
  • De regering denkt nu aan een Leningenfonds. Maar leningen moeten terugbetaald worden, dus daarmee schieten we weinig op.
  • Honderden vierkante meters dak liggen bij ons gunstig ten opzichte van de zon. Een aantal van ons wil al lang zonnepanelen plaatsen. Dat kan en mag niet, want in asbesthoudende leien mag niet gezaagd, geboord en geschroefd worden.
  • Vervanging van asbestgolfplaten op bijvoorbeeld een boerenschuur kost gemiddeld € 30,– per m².
  • Er is een groot kostenverschil tussen het vervangen van golfplaten en dat van leien. Voor leien zeggen èchte offertes: ca. € 250,– per m². Dat is acht keer zo veel.
  • Het Rijk baseert zijn argumentatie deels op onjuiste informatie.
  • Mede daardoor is sprake van extreem ongelijke behandeling van bedrijven en particulieren.
  • De aanjaagsubsidie van het Rijk bedroeg € 4,50 per m².  Bij een golfplatendak was dit ongeveer 15% van de totale vervangingskosten. Bij ons vormde deze subsidie nog geen 2% van de kosten. Overigens is deze subsidiepot leeg.
  • Ook vanwege verschillen bij btw-heffing, aftrek van bedrijfskosten en dergelijke worden particulieren financieel aanzienlijk slechter ondersteund dan (boeren)bedrijven.
  • Bedrijven kunnen hun bedrijfspanden afschrijven en die afschrijvingen doorberekenen in de kosten, dus ten laste brengen van de bedrijfsresultaten. Bedrijven schuiven zo de kosten van asbestverwijdering en vervanging voor een gedeelte door naar afnemers en het Rijk (de fiscus). Particulieren moeten alle kosten zelf dragen.
  • Het is redelijk en billijk dat Rijk, gemeenten en producenten mede de vervangingskosten dragen (door bijvoorbeeld fiscale maatregelen).
  • Bovendien is het zeer wenselijk dat zij combinaties met duurzaamheids- en energiebesparende opties financieel mogelijk maken.

Lees het opiniestuk      Stuur een email