Rotterdam en ambassadeurs willen betere financiering

Na de gemeente Deventer mengen nu ook de gemeente Rotterdam en de asbest­ambassadeurs zich in de discussie over de ’asbestdakenwet’.
(Lees de brief van de Gemeente Rotterdam en die van de Asbest-ambassadeurs).

Namens B en W van de havenstad doet wethouder Bas Kurvers een beroep op de Eerste Kamer (EK) ’dit voorstel beter te laten uitwerken’. Hij stelt: “Naar mijn bescheiden mening ontbreekt het aan een deugdelijk plan van aanpak, de gezondheidsrisico’s zouden beter in beeld moeten komen, er dient een landelijke inventarisatie te komen en de financiering moet zijn geregeld zodat eigenaren die buiten hun schuld een asbestdak hebben worden geholpen.”

Verder schrijft wethouder Kurvers (het vette lettertype om zijn stelling te benadrukken is van zijn hand): “Bij deze wetgeving is totaal geen rekening gehouden met de particuliere eigenaar/­bewoner met asbest op het dak van hun woning. Het is in praktijk op deze wijze niet betaalbaar en daarmee onuitvoerbaar.”

En: “In het milieurecht kennen we het principe ’de vervuiler betaalt’. Hier zijn natuurlijk de eigenaren van een product (asbest dat tot 1 juli 1993 nog gewoon mocht worden toegepast) niet de vervuilers. In die zin kunnen toch ook, naast de uitvoerbaarheid, vragen worden gesteld over de rechtmatigheid, als de forse rekening zo eenzijdig bij de burger wordt neergelegd. Zijn de belangen van deze groep voldoende betrokken bij het opstellen van het onderhavige wetsvoorstel. Het lijkt er op dat bij dit wetsvoorstel vooral aandacht was voor het verwijderen van asbest op schuurtjes en bij agrarische bedrijven.”

De gemeenteraad van Rotterdam heeft eveneens een duit in het zakje gedaan. Op 11 april aanvaardde die een motie ’Stop plotselinge lasten door asbestdaken’. De kern van de motie luidt: “De gemeenteraad van Rotterdam spreekt uit dat het onredelijk is om van woning­bezitters te verwachten dat zij binnen vijfeneenhalf jaar het benodigde geld kunnen opbrengen om hun dak asbestvrij te maken en roept de landelijke politiek op om af te zien van de verplichting om asbest in daken te verwijderen”.

Vóór de motie stemden 42 raadsleden; één raadslid stemde tegen.

In tegenstelling tot de Rotterdammers zijn de zogeheten asbestambassadeurs tégen elke vorm van uitstel of afstel. Zij voeren in hun brief aan de EK (met kopieën naar de staats­secretaris) twee redenen aan:
1. Uitstel of afstel van het asbestdakenverbod verhoogt de kosten en gezondheidsrisico’s;
2. Het verbod is uitvoerbaar mits de datum van het verbod snel onomkeerbaar vaststaat.

Deze ’asbestambassadeurs’ zetten zich sinds 2016 vanuit overheden, bedrijven en wetenschap in voor versnelling van de aanpak van asbestdaken. Onder hen zijn bijvoorbeeld Annemieke Traag, gedeputeerde provincie Overijssel, Maxime Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland en de in Deventer woonachtige Jan Tempelman van Adviesbureau Jan Tempelman. Twaalf ambassadeurs hebben de brief ondertekend. Zij betogen onder meer dat, om het verbod uitvoerbaar te krijgen, het volgende nodig is:
1. Definitieve wettelijke verankering.
2. Snel definitieve openstelling van een nationaal fonds.
3. Meer nationale ondersteuning voor lokale regie.

De ambassadeurs sluiten hun brief af met een even heldere als opmerkelijke oproep aan de EK en het kabinet: “Ondanks bovengenoemde inzet om het verbod uitvoerbaar te maken en het fonds waarmee iedereen de dakvervanging gefinancierd krijgt, is er een kleine groep eigenaren waarvoor wij speciale aandacht vragen: particuliere woningeigenaren met een asbest leidak (<1% van alle asbestdakeigenaren). Voorbeelden hiervan, zoals eigenaren in de straat Grutto in Deventer, hebben u reeds via diverse kanalen bereikt. Deze groep wordt onevenredig hard getroffen door het verbod door verschillende oorzaken:
1. Het saneren van een dak van een woning is per m2 veel duurder dan het dak van een bedrijfsschuur;
2. Het saneren van leien is veel duurder dan het saneren van golfplaten;
3. Particulieren kunnen geen gebruik maken van de fiscale mogelijkheden die ondernemers wel hebben.
Wij roepen u en het kabinet op om extra rekening te houden met deze doelgroep.”