Eerste Kamer verwerpt ’asbestdakenwet’

De Eerste Kamer heeft vanmorgen het wetsvoorstel verworpen dat een asbestdaken­­verbod door de overheid mogelijk had moeten maken. Tégen stemden de VVD, het CDA, de PVV, de PvdA en de SGP, samen goed voor 43 zetels. Vóór stemden D66, de SP, GL, ChristenUnie, PvdD, 50Plus, OSF en Lijst Duthler (32 zetels).

Formeel ging het om een aanpassing van de milieuwet. Daardoor zou de regering een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) kunnen uitvaardigen om bepaalde asbest­toepassingen te verbieden, zoals asbesthoudende dakbedekking.

De voorstemmers lieten zich vooral leiden door het gezondheidsargument. Asbest is potentieel gevaarlijk, asbestdaken zijn een potentiële bron van vrijkomende asbestvezels en die vezels vormen een potentieel gevaar voor de volksgezondheid.

De tegenstemmers vonden de wet ’disproportioneel’ (het beoogde doel staat in geen verhouding tot het middel), onhaalbaar (nog 80 miljoen vierkante meter asbestdak binnen een paar jaar verwijderen) en onbetaalbaar (€ 1,6 miljard, op te brengen door de eigenaren).

Veel dakeigenaren zullen opgelucht zijn dat het wetsvoorstel in deze vorm van tafel is. Tegelijkertijd gaan zij een onzekere toekomst tegemoet met sowieso een grote waardedaling van hun huizen, waarvan de daken door de overheid ’besmet’ zijn verklaard, namelijk asbesthoudend.

Bovendien heeft de overheid het werken aan of met asbest verboden, waardoor het leggen van zonnepanelen op deze daken door de overheid onmogelijk is gemaakt.

Het is afwachten welke consequenties de verantwoordelijke staatssecretaris, mevrouw S. van Veldhoven, verbindt aan deze duidelijke afwijzing door de Eerste Kamer. Het is onwaarschijnlijk dat zij het wetsvoorstel simpelweg intrekt en het daarbij laat, omdat zij voortdurend heeft gehamerd op het gevaar van de asbestdaken voor de volksgezondheid. Dat veronderstelde gevaar is niet met de EK-stemming verdwenen.

Mogelijk geeft zij de voorkeur aan een heel nieuw wetsvoorstel. Ook kan zij het huidige wetsvoorstel handhaven en dat vergezeld doen gaan van een helder, schriftelijk beleidsvoornemen om op de probleemgebieden haalbaarheid en betaalbaarheid met tastbare oplossingen te komen.

In beide gevallen doet ze er verstandig aan met eigenaren om de tafel te gaan zitten, wat ze tot nu toe heeft geweigerd. Door met hen tot gezamenlijke oplossingen te komen, creëert ze draagvlak waar het tot nu toe aan heeft ontbroken.